Johannes van het Kruis

Paus Benedictus XVI,imagesCA9QPCBZ
Audiëntie 16 februari 2011

De Heilige Johannes van het Kruis, ‘Doctor mysticus’

In 1567 werd hij (Johannes van het Kruis) priester gewijd en keerde naar Medina del Campo terug om zijn eerste Mis op te dragen omringd door de genegenheid van zijn familie. Daar had de eerste ontmoeting plaats tussen Johannes en Theresia van Jezus. De ontmoeting was voor beiden beslissend: Theresia presenteerde hem haar hervormingsprogramma van de karmel, ook voor de mannelijke tak van de orde en stelde Johannes voor eraan deel te nemen “tot Gods meerdere glorie”; de jonge priester was zodanig gefascineerd door de ideeën van Theresia dat hij een groot verdediger werd van het plan. Ze werkten enkele maanden samen, spraken over hun idealen en voorstellen om zo vlug mogelijk het eerste huis van ongeschoeide karmelieten te kunnen openen: de opening had plaats op 28 december 1568 in Duruelo, een afgelegen oord in de provincie Avila. Samen met Johannes vormden drie andere gezellen deze eerste hervormde mannelijke gemeenschap. Zij hernieuwden hun geloften volgens de oorspronkelijke Regel en alle vier namen een nieuwe naam: Johannes noemde zich vanaf toen “van het Kruis”, de naam waaronder hij universeel gekend zal zijn. Einde 1572 wordt hij op vraag van de heilige Theresia, biechtvader en vicaris van het klooster van de Menswording in Avila, waar de heilige priorin was. Het waren jaren van nauwe samenwerking en geestelijke vriendschap, die hen beiden verrijkte. Tot die periode gaan ook de belangrijkste werken van Theresia terug en de eerste geschriften van Johannes.

De hervorming van de karmel was niet gemakkelijk en kostte Johannes veel leed. De meest traumatiserende gebeurtenis was zijn ontvoering en gevangenschap in het klooster van de karmelieten van de oude observantie in Toledo ten gevolge van een ongegronde beschuldiging in 1577. De heilige werd maandenlang opgesloten, onderworpen aan ontberingen en lichamelijke en morele dwang. Daar schreef hij het bekende Geestelijk Hooglied, samen met andere gedichten. Uiteindelijk slaagde hij erin tijdens de nacht van 16 op 17 augustus 1578 op avontuurlijke wijze te vluchten en nam zijn toevlucht in het klooster van de ongeschoeide karmelietessen van de stad. De heilige Theresia en haar hervormde broeders vierden zijn bevrijding met immense vreugde en na een korte periode om terug op krachten te komen, werd Johannes bestemd voor Andalusië waar hij tien jaar doorbracht in verschillende kloosters, vooral in Grenada. Hij kreeg in de orde steeds belangrijkere opdrachten, zelfs provinciaal vicaris en vervolledigde zijn geestelijke geschriften. Vervolgens keerde hij naar zijn geboortestreek terug als lid van het algemeen bestuur van de Theresiaanse religieuze familie die ondertussen volledige juridische autonomie genoot. Hij woonde in de karmel van Segovia en was overste van die gemeenschap. In 1591 werd hij van iedere verantwoordelijkheid ontlast en bestemd voor de nieuwe religieuze provincie van Mexico. Terwijl hij zich op deze lange reis met tien andere broeders voorbereidde, trok hij zich terug in een afgelegen klooster bij Jaén, waar hij zwaar ziek werd. Johannes bood met voorbeeldige sereniteit en geduld het hoofd aan een immens lijden. Hij stierf in de nacht van 13 op 14 december 1591 terwijl zijn medebroeders de metten baden. Hij nam afscheid van hen met de woorden: “vandaag ga ik het brevier zingen in de hemel”. Zijn stoffelijk overschot werd overgebracht naar Segovia. Hij werd in 1675 door Clemens X zalig verklaard en in 1726 door Benedictus XIII heilig.

Johannes wordt beschouwd als één van de grootste lyrische dichters van de Spaanse literatuur. Zijn grootste werken zijn vier in aantal: “De bestijging van de Berg Karmel”, “De donkere nacht van de ziel”, “Geestelijke liederen”, “De levende vlam van liefde”.

In de “Cántico espiritual” geeft de heilige Johannes de zuiveringsweg van de ziel weer, namelijk het geleidelijk en vreugdevol bezit van God totdat de ziel voelt dat zij God bemint met dezelfde liefde waarmee Hij haar liefheeft. “Ilama de amor viva” trekt dit perspectief door en beschrijft meer in detail de toestand van omvormende vereniging met God. Het parallellisme dat Johannes gebruikt is dat van het vuur: zoals vuur meer gloeit in de mate dat het meer brandt en hout verteert en zo een vlam wordt, zo zuivert en “kuist” de Heilige Geest de ziel in de donkere nacht om haar mettertijd te verlichten en verwarmen alsof zij een vlam was. Het leven van de ziel is een onophoudelijk feest van de Heilige Geest, dat de heerlijkheid van de vereniging met God in de eeuwigheid laat doorschemeren.

De bestijging van de Berg Karmel” geeft de geestelijke weg vanuit de toenemende zuivering van de ziel, die noodzakelijk is om het hoogtepunt van christelijke volmaaktheid te bereiken en die gesymboliseerd wordt door de top van de Berg Karmel. Deze zuivering wordt voorgesteld als een weg die de mens opgaat, in samenwerking met Gods werking, om de ziel te bevrijden van iedere aanhankelijkheid of affectieve band die tegengesteld is aan de wil van God. De zuivering, die om tot liefdesvereniging met God te komen, totaal moet zijn, begint met die van het leven van de zintuigen en wordt verder gezet door de zuivering die men verkrijgt door middel van de drie theologale deugden: geloof, hoop en liefde die de bedoeling, het geheugen en de wil zuiveren. “De donkere nacht van de ziel” beschrijft het passieve aspect, dat wil zeggen Gods werking in dit proces om de ziel te zuiveren. Menselijke inspanning alleen is namelijk niet in staat om tot de diepe wortels te komen van de neigingen en verkeerde gewoontes van de mens: hij kan ze slechts afremmen, doch niet volledig uitrukken. Daarom is een bijzondere werking van God nodig, die de geest radicaal zuivert en voorbereidt op de liefdesvereniging met Hem. De heilige Johannes noemt deze zuivering passief, juist omdat zij, alhoewel ze door de ziel aanvaard wordt, gerealiseerd wordt door de mysterieuze werking van de Heilige Geest die zoals een vlam iedere onzuiverheid verteert. In die toestand wordt de ziel aan allerlei beproevingen onderworpen, alsof zij zich in een donkere nacht bevond.imagesCAU78ZUH

Deze aanwijzingen over de belangrijkste boeken van de heilige helpen ons vertrouwd te worden met de hoofdpunten van zijn uitgebreide en diepgaande mystieke leer, die tot doel heeft een veilige weg te beschrijven om te komen tot heiligheid, de toestand van volmaaktheid waartoe God ons allen roept. Volgens Johannes van het Kruis is al wat bestaat, wat door God geschapen is, goed. Langs de schepselen kunnen wij Hem ontdekken die in hen een spoor van zichzelf heeft nagelaten. Het geloof is hoe dan ook de enige bron die de mens gegeven wordt om God te kennen zoals Hij is, de Drie-Ene God. Al wat God aan de mens wou meedelen, heeft Hij uitgesproken in Jezus Christus, Zijn mens geworden Woord. Jezus Christus is de ene en definitieve weg naar de Vader. Alle geschapen dingen zijn niets in vergelijking met God en hebben los van Hem geen waarde: bijgevolg, om de volmaakte liefde van God te bereiken, moet iedere andere liefde in Christus conform worden aan de Goddelijke Liefde. Vandaar de nadruk die de heilige Johannes van het Kruis legt op de noodzaak van de zuivering en innerlijke bevrijding om zich in God om te vormen, wat het enige doel is van de volmaaktheid. Deze zuivering bestaat niet eenvoudigweg in de fysische afwezigheid van dingen of van het gebruik ervan; wat de ziel zuiver en vrij maakt, is daarentegen het verdrijven van iedere ongeordende afhankelijkheid van dingen. Alles moet in God geplaatst worden, die de kern en het doel is van het leven. Het lange en vermoeiende proces van zuivering vereist zeker een persoonlijke inspanning maar de echte hoofdpersoon is God: al wat de mens kan doen is ter beschikking staan, open staan voor de Goddelijke werking en daar geen hindernis voor zijn. Door de theologale deugden te beleven, verheft de mens zich en krijgt zijn engagement waarde. Het groeiritme van geloof, hoop en liefde houdt gelijke tred met de zuivering en toenemende vereniging met God tot men in Hem omgevormd is. Als men dat doel bereikt, wordt de ziel ondergedompeld in het Trinitaire leven zelf, wat de heilige Johannes doet zeggen dat de ziel ertoe komt God lief te hebben met dezelfde liefde waarmee Hij haar liefheeft, want Hij bemint haar in de Heilige Geest. Ziedaar waarom de mystieke leraar beweert dat er geen ware liefdesvereniging met God bestaat als zij niet uitmondt in de Trinitaire vereniging. In die hoogste toestand, kent de heilige ziel alles in God en moet zij niet meer langs de schepselen gaan om tot Hem te komen. De ziel voelt zich voortaan door de Goddelijke liefde overspoeld en verheugt zich geheel in Hem.

Dierbare broeders en zusters, wij kunnen ons tot slot afvragen: heeft deze heilige, met zijn verheven mystiek, met deze moeilijke weg naar het hoogtepunt van de volmaaktheid, ook iets te zeggen aan ons, aan de gewone Christen die in de omstandigheden van deze tijd leeft, of is hij uitsluitend een voorbeeld, een model voor enkele uitverkoren zielen die werkelijk deze weg van zuivering, van mystieke ascese kunnen ondernemen? Om het antwoord te vinden, moeten wij vooral rekening houden met het feit dat het leven van de heilige Johannes van het Kruis geen “vlucht was op mystieke wolken”, maar een zeer hard, zeer praktisch en concreet leven, zowel als hervormer van de orde waarbij hij vele tegenkantingen gekend heeft en als provinciale overste, of in de gevangenis van zijn medebroeders waar hij blootgesteld was aan ongelooflijke beledigingen en slechte fysieke behandelingen. Dat is een zeer hard leven geweest, doch juist in de maanden van zijn gevangenschap heeft hij één van zijn mooiste werken geschreven. Zo kunnen wij begrijpen dat de weg met Christus, het op weg gaan met Christus “de Weg”, geen gewicht is dat toegevoegd wordt bij de reeds moeilijke last van ons leven, het is niet iets dat deze last nog zwaarder zou maken doch iets totaal anders, het is een licht, een kracht, die ons helpt deze last te dragen. Wanneer iemand een grote liefde in zich draagt, dan geeft die liefde hem bijna vleugels en draagt hij al de beproevingen van het leven veel gemakkelijker omdat hij dat grote licht in zich draagt; zo is het geloof: door God bemind worden en zich door God in Jezus Christus laten beminnen. Dit zich laten beminnen en dit licht helpen ons de last van elke dag te dragen. Heiligheid is niet ons werk – een heel moeilijk werk -, maar is precies deze openheid: de vensters van onze ziel openen opdat het licht van God kan binnenkomen, God niet vergeten want het is juist in de openheid voor Zijn licht dat de kracht, de vreugde der vrijgekochten ligt. Bidden wij de Heer, dat Hij ons helpt om deze heiligheid te vinden, ons door God te laten beminnen, wat ieders roeping en ware verlossing is.

top

Heilige Johannes van het Kruis, 1542-1591

karmeliet, Kerkleraar
uit “De bestijging van de berg Karmel” II, 3

“Ziet u het niet? Begrijpt u het nog niet?”

Het geloof is, zoals de theologen zeggen, een houding van de ziel, die zeker is en duister. De reden waarom die houding duister is, bestaat hierin, dat het geloof de ziel waarheden laat geloven die door God zelf zijn geopenbaard, die elk natuurlijk licht te boven gaan en elk menselijk verstand ongeëvenaard overtreffen. Daardoor komt het dat dit alles overtreffende licht, dat het geloof aan de ziel verleent,voor de ziel zelf donkere duisternis is. Het meerdere berooft en overwint immers het mindere. Zo berooft het licht van de zon alle andere lichten, zodat als zij schijnt, deze niet meer de indruk maken licht te zijn. Zij wint het van ons gezichtsvermogen: eerder verblindt zij het en berooft er ons van dan dat zij het ons geeft. Haar licht staat immers in geen verhouding tot ons gezichtsvermogen en gaat het ver te boven. Zo onderdrukt en overwint het licht van het geloof door zijn grote overmaat het licht van het verstand.

Nog een voorbeeld…: Als men aan een blindgeborene, die nooit een kleur heeft gezien, zou vertellen hoe de witte of de gele kleur er uitziet, dan zou hij daarvan, hoeveel men er ook over vertelde, geen directe kennis van kunnen nemen…; alleen de naam ervan zou hem bijblijven omdat hij die kan opnemen met zijn gehoor… Zo is het ook gesteld met het geloof ten opzichte van de ziel. Want het zegt ons dingen die wij nooit hebben gezien of gehoord…wij krijgen hierover geen licht van het natuurlijke weten, omdat datgene wat het geloof ons zegt, aan geen enkel zintuig is aangepast… Maar wij weten het echter door te horen, omdat wij geloven wat het ons leert en omdat wij ons natuurlijk licht daaraan onderwerpen en het laten verblinden. Immers zoals Paulus zegt: “Het geloof ontstaat door het horen” (Rm 10,17). Het geloof is geen kennis die door een zintuig binnenkomt; het is slechts de instemming van de ziel met wat door het gehoor bij haar binnenkomt. Het is dus duidelijk dat het geloof voor de ziel een donkere nacht is. Op deze wijze geeft het haar licht. Hoe meer het haar in het duister hult, des te meer licht geeft het haar van zichzelf. Want door te verblinden geeft het geloof licht. Dit is in overeenstemming met het woord van Jesaja: “Als u immers niet gelooft zult u niet begrijpen”  (cf 7,9).

top

Geestelijk Hooglied
Johannes van het Kruis

Bruid:

1. Waar houdt ge U verborgen
Beminde, en laat me in zuchten achter?
Gelijk een hert ontvlucht Ge
Nadat Ge mij gewond hebt;
Ik liep en riep U na en Gij waart spoorloos

2. Och herders, als gij toch ginds
Van d’een naar d’andre schaapskooi heuvelop gaat
En ge bij toeval zien mocht
Dien ik boven alles liefheb,
Zeg Hem dan, dat ik pijn lijd, kwijn en wegsterf.

3. Al zoekend naar mijn liefde
Ga ik de bergen op en langs de oevers;
Ik wil geen bloemen plukken,
Geen wilde dieren duchten;
Geen sterke burcht of grens kan mij weerhouden.

4. O, bossen en struwelen,
Geplant hier door de hand van de Beminde,
O, welig groene weide,
Bezaaid met bonte bloemen,
Zegt mij, is Hij door u voorbij gekomen?

5. Bevalligheid verspreidend
in duizendvoud, sneld’ Hij door deze dreven
En gaandeweg ze aanziende,
Alleen al door Zijn aanblik
Liet Hij ze achter zich bekleed met schoonheid.

6. Ach wie kan mij genezen?
Wilt U nu eindelijk gewonnen geven,
En mij ook niet meer zenden
Van nu af aan Uw boden,
Toch niet in staat mij, wat ik wens, te zeggen.

7. En alwie zich hier ophoudt,
Verhaalt mij van uw lieflijkheid, duizendvoudig.
Ze slaan mij nieuwe wonden,
Zodat ik mij voel sterven
Aan een ik weet niet wat, waarvan zij staamlen.

8. Hoe kunt gij koppig hangen
o leven, dat geen leven zijt, aan ’t leven:
Mij doden van verlangen
De pijlen ingedreven
door alles wat mijn lief mij heeft gegeven.

9. Eerst slaat Ge ’t hart een wonde,
Maar waarom het dan ook niet te genezen?
Waarom het mij te roven,
Als gij het toch laat liggen
En U niet eigent, wat Gij eerst ontvreemd hebt?

10. Blust Gij dan toch mijn hartstocht,
Want niemand anders kan die immers stillen.
Zien moeten u mijn ogen,
Want Gij zijt er het Licht van,
Voor U alleen wil ik ze ook maar hebben.

11. O kristallijnen bronwel,
Mocht in het zilveren schijnsel van uw wezen
Ge ineens te aanschouwen geven
De zo verbeide ogen,
Waarvan ik binnenin mij ’t vage beeld draag.

12. O wend uw ogen af,
Of ik vlucht weg, mijn lief.

Bruidegom:

Keer terug mijn duive,
Daar nu het hert, zijn wonden zere,
In ’t zicht komt op de heuvel,
In ’t waaien van uw vleugels schept het zich koelte.

Bruid:

13. Mijn welbeminde, het bergland,
De dichtbeboste, eenzame valleien,
Eilanden nooit geweten,
De ruisende rivieren,
De fluistring van de strelendzachte winden.

14. De nacht, d’indringend-stille,
Voorafgaand aan het schemerlichte dagen,
Muziek van zuiver zwijgen,
Eenzaamheid vol van klanken,
Het avondmaal dat opwekt en verliefd maakt.

15. En onze legerstede
Vol bloemen is omringd van leeuwenholen
Met purper overspannen,
En opgebouwd uit vrede,
Binnen een krans van duizend gouden schilden.

16. Achter U, op uw voetspoor
Snellen de jonge vrouwen aan, de weg op,
Op ’t springen van uw vonken,
Op uwe wijn vol kruiden,
Uw vloeiingen van goddelijke balsems.

17. In d’innerlijke kelder
Dronk ik van mijn Beminde, en bij ’t heengaan,
Door gans die wijde vlakte,
Wist ik van alles niets meer
En liet mijn kudden lopen, die ’k eerst hoedde.

18. Daar nam Hij me aan zijn borst en
Daar onderwees Hij met in een kostlijk weten;
En ik gaf Hem daar waarlijk
Mijzelf, niets uitgenomen:
Dáár heb ik Hem beloofd zijn bruid te wezen.

19. Mijn ziel blijft voorbehouden
Aan Hem: al wat ik heb staat Hem ten dienste;
Ik hoed niet meer mijn kudden,
Neem ook geen andre dienst meer:
Mijn dienst bestaat alleen nog in beminnen.

20. Als men mij op de meente
Voortaan niet meer te zien krijgt of kan vinden,
Zegt dan: Ze ging verloren,
En door zich te verlieven
Heeft zij zichzelf verdaan en won toen alles

21. Van bloemen en emeraldgroen
Bijeengelezen in de koele morgens,
Zullen wij slingers maken.
Ze ontbloeiden in uw liefde.
Eén enkle haar van mij houdt ze tezamen.

22. Het was die haar, die éne,
Die, spelend op mijn hals, uw ogen boeide;
Gij vestigde er een blik op
En zijt verstrikt gebleven,
En door één oog van mij liet Gij U wonden.

23. Mét dat Gij mij beschouwde,
Droegen uw ogen uw schoonheid in mij over:
Daarmee won ik uw liefde,
Verdienden ook de mijne
Dát te aanbidden wat zij in U schouwen.

24. Wil mij dan niet verachten:
Want ook al vond Gij eerst mijn teint te donker,
Nu kunt Gij mij wel aanzien,
Daar Gij, sinds Gij mij aanzaagt,
Uw gratie en Uw schoonheid in mij prentte.

25. Wilt ons de vossen vangen,
Want onze wijngaard staat al rijk te bloeien;
Wij maken dan intussen
Van rozen een dichte ruiker,
En niemand mag er op de heuvel komen.

26. Stil, dode wind van ’t noorden!
Kom zuidenwind, hernieuwd de liefde wekken.
En adem door mijn bloementuin,
Dat geur er aan ontstrome,
En de Beminde weide onder de bloemen.

Bruidegom:

27. De bruid toch deed haar intrede
Binnen de schone tuin van haar verlangens;
Naar hartelust rust zij,
Haar hals ligt achterover
Tegen de zoete arm van de Geliefde.

28. Onder het appellover,
Daar werd gij nu met Mij als bruid verbonden;
Daar gaf Ik er mijn hand op
En zijt ge hersteld in ere
Daar waar uw moeder eertijds werd ontluisterd.

29. Gij vederlichte vogels,
Gij leeuwen, herten, snelspringende gemzen,
Gij bergen, dalen, oevers,
Gij waatren, winden, hitte,
En angsten van alleen doorwaakte nachten.

30. Bij ’t strelend spel der snaren,
Bij ’t zingen der sirenen: Ik bezweer u
Met woeden op te houden:
Raakt zelfs niet aan de muren,
Opdat de bruid hier rustiger kan slapen.

Bruid:

31. O nymphen van Judea,
Zolang uit bloemen en uit rozestruiken
De geur van amber opstijgt,
Moet ge in de voorstreek blijven
En zelfs niet aan de dorpels durven raken.

32. Verberg u, Allerliefste,
En straal met uw gelaat de bergen tegen.
En wil hier niet van spreken,
Maar let op het geleide
Van haar die vreemde eilandstreken doorreist.

Bruidegom:

33. De kleine witte duif is
in de ark met de olijftak weergekomen.
Zij heeft, de kleine tortel,
De vriend van haar verlangen
Gevonden aan de groene waterzomen.

34. In d’eenzaamheid verbleef zij;
En d’eenzaamheid had zij zich reeds genesteld:
In eenzaamheid geleidt haar
Alleen nog de Beminde,
Ook zelf in eenzaamheid gewond van liefde.

Bruid:

35. Genieten wij elkander,
Geliefde, elkander in uw schoonheid schouwend,
De berg op en de heuvel:
Daar stroomt het zuiver water:
Laat ons het hout nog dieper binnendringen.

36. Wij zullen zonder dralen
Opklimmen naar de hoge rotsspelonken;
Ze zijn er goed verscholen.
Daar treden wij dan binnen
En proeven er de most van de granaten.

37. Daar zult Gij aan mij tonen,
Dat, waarnaar uitgaat heel mijn hartsverlangen;
En onverwijld mij geven,
Aldaar, o Gij, mijn leven,
Wat Gij die andre dag mij reeds verleende.

38. De wind, die zachtjes ademt,
Het zingen van de zoete nachtegalen,
Het woud in al zijn tover
Van nachtelijke vrede,
Daarbij die vlam, die wel brandt, maar geen pijn doet.

39. Niemand die ons bespiedde,
Aminadab is ook niet meer verschenen;
’t Verdween wat rondom dreigde,
En het gewapend krijgsvolk
Trok bergaf bij de aanblik van de waatren.

top

 

Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Welkom

    (klik foto)

  • Index Heiligen – volg. geboorte jaar

    Heiligen t/m1600:

    Elia
    Jeanne van Toulouse
    Johannes Soreth
    Teresa van Jezus
    Johannes van het Kruis
    Anna van St. Bartholomeus
    Maria Magdalena de Pazzi

    Heiligen t/m1850

    Maria Margareta van de Engelen
    Maria van de Engelen
    Karmelietessen van Compiègne
    Rafaël van de Heilige Joseph

    Heiligen t/m1900

    Thérèse van het Kind Jezus
    Maria Pilar, Teresia en Maria Angeles
    Elisabeth van de Drieeenheid
    Titus Brandsma
    Teresia Benedicta van het Kruis
    Maria Maravillas van Jezus

    Heiligen vanaf 1900

    Teresa de Jesús

  • Afbeeldingen (klik foto)

  • “Breng mij Heer naar het dal van de Kerit”

    (klik foto)

  • Tot het hart

    Voor ons is God niet simpelweg het Woord. In de Sacramenten geeft Hij zichzelf persoonlijk aan ons, door middel van fysieke werkelijkheden. In de kern van onze relatie met God en onze levenswijze staat de Eucharistie. Dat oprecht vieren, en zo Christus persoonlijk ontmoeten, moet de kern van al onze dagen zijn.
    P. Benedictus XVI

  • Stuur een kaart

    Stuur een kaart

    klik foto

  • Tot het hart

    Jezus, ik dank U om mijn roeping. Zeg mij wat dit vraagt aan weder liefde. Leer mij in het hart van Uw Kerk als Maria te zijn: levend vanuit het gebed, beeld van Uw goedheid, dienend in, niet van de wereld. Geef al mijn broeders en zusters een blij geloof, fris als de Karmelhoogte en trouw in moeilijke uren. Maar ons één en geef dat wij U eens mogen zien van aangezicht tot aangezicht. Amen.

  • (klik foto)

  • Tot het hart

    We kunnen van ons hart een bidplaats maken waar we ons nu en dan terugtrekken om even met God samen te zijn, in stille vrede, zonder pretentie, en met een hart dat bemint.

  • Twitter Updates

  • Tot het hart

    „Het leven van een karmelietes is een communie met God van de morgen tot de avond en van de avond tot de morgen. Als onze cellen en panden niet vol waren van Hem, wat zouden ze leeg zijn. Maar we zien Hem door alles heen. We dragen Hem in ons. Ons leven is een vooruitbeleven van de hemel” (Br. 46).
    Z. Elisabeth van de Drie-eenheid

  • Getijdengebed


    (klik foto)

    gebruikersnaam: getijdengebed
    wachtwoord: brevier

  • december 2016
    Z M D W D V Z
    « Nov    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    25262728293031
  • Rozenkrans


    (klik foto)

  • Tot het hart

    "Neem niets als waarheid aan wat geen liefde heeft. En neem ook niets aan als liefde wat geen waarheid bezit, het ene zonder het andere verandert in een leugen, een vernietigende leugen "
    H. Teresa Benedicta van het Kruis

  • Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

    Doe mee met 697 andere volgers

  • Follow Ordo Carmelitarum Discalceatorum Secularis on WordPress.com
  • Radio Maria


    (klik foto)

%d bloggers op de volgende wijze: