H. Teresa van Avila (1515-1582), karmelietes, Kerkleraar

H. Teresa van Avila

De weg van de Volmaaktheid H.33-34

“Dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt: eet men daarvan, dan sterft men niet”

      Toen de goede Jezus onze ellende zag, zocht Hij een bewonderenswaardig middel om ons zijn oneindige liefde te tonen. In zijn naam en in naam van zijn broeders heeft Hij dit gebed gezegd: “Geef ons heden, Heer, ons dagelijks brood” (Mt 6,11)…  Het is noodzakelijk dat wij zijn liefde steeds voor ogen houden om de onze aan te wakkeren. Niet éénmaal, maar dagelijks. Zo kwam het dat Hij besloot bij ons te blijven.

      Ik bedenk dat deze vraag de enige is waarin Hij dezelfde woorden herhaalt. Hij vraagt dat ons het dagelijks brood gegeven wordt, maar benadrukt dit door te zeggen: “Geef het ons heden, Heer”. Hij brengt ook zijn Vader opnieuw voor ogen dat Hij het ons reeds eenmaal gaf, dat Hij voor ons allen gestorven is en dat Hij ons voortaan toebehoort. Dat Hij Hem ons niet meer zal ontnemen zolang de wereld duurt… Ik heb mij afgevraagd waarom de Heer, na gezegd te hebben dagelijks, nog insisteert door te zeggen: “Geef het ons heden, God.” Ik denk dat Hij hierdoor wil verklaren, dat Hij alle dagen tot onze beschikking is vermits wij Hem hier op aarde bezitten en we Hem ook in de hemel zullen bezitten zo we van zijn gezelschap een goed gebruik weten te maken… Wanneer Hij zegt: heden, dan betreft dit één enkele dag, denk ik. Dat wil zeggen, zolang de wereld bestaat en niet langer: wat een dag!

      De Zoon zei immers tegen de eeuwige Vader: “Aangezien het een dag betreft, sta Mij toe om deze in dienstbaarheid door te brengen. God de Vader heeft Hem aan ons gegeven en Hem volgaarne in de wereld gezonden. Nu wil zijn Zoon ons niet meer verlaten. Hij wil hier bij ons lijven tot de hoogste eer van zijn vijanden. Hij spreekt enkel opnieuw om ons vandaag dit heilig brood te geven. Dit voedsel, dit manna van het mensdom, dat we naar believen in overvloed vinden heeft de Verlosser ons voor altijd geschonken, zoals ik zei. Slechts door eigen schuld kunnen we van honger omkomen, want hoe onze ziel ook gevoed wil worden, zij zal smaak en troost vinden in het Allerheiligste. Er bestaat geen ellende geen beproeving of vervolging die we niet gemakkelijk kunnen verduren, zodra we beginnen te smaken wat Hij doorstaan heeft.

H. Johannes van het Kruis (1542-1591), karmeliet, Kerkleraar

H. Johannes van het Kruis

De bestijging van de berg Karmel, 2, h 5

“Wat uit de Geest geboren is, is Geest”

      Zo zegt Johannes: “Wie niet wedergeboren is in de Heilige Geest zal dit rijk van God, dat de toestand van volmaaktheid is, niet kunnen zien; wedergeboren worden in de Heilige Geest in dit leven betekent een ziel bezitten die in zuiverheid in hoge mate gelijk is aan God, zonder enige bijmenging van onvolmaaktheid. Zo kan een zuivere omvorming ofschoon deze niet wezenlijk is, plaats hebben door deelneming vereniging”.

      Tot een beter begrip van een en ander zullen wij hier een vergelijking maken. Een zonnestraal valt in een ruit. Als de ruit beslagen is of hier en daar vlekken vertoont, dan zal de zonnestraal niet kunnen doen schitteren en helemaal in zijn licht omvormen. Dit zou zij wel kunnen als de ruit zuiver was van al die vlekken en helder. Zelfs zal de zonnestraal de ruit des te minder kunnen doen schitteren, naarmate deze minder ontdaan is van de vlekken en smetten, en des te meer naarmate zij helderder is. Dit ligt niet aan de zonnestraal, maar aan het glas zelf, het gaat zelfs zo ver, dat als het glas geheel helder en zuiver was, de straal het zo zou omvormen en doen schitteren, dat die ruit de indruk zou maken de straal zelf te zijn en hetzelfde licht te geven als de straal. Toch behoudt de ruit werkelijk haar eigen natuur, wel onderscheiden van de lichtstraal, al lijkt de ruit ook op die straal. Wij kunnen echter zeggen dat die ruit straal of licht is door deelneming.

      Zo is de ziel als die glasruit. Het goddelijk licht van Gods Wezen dringt krachtens zijn natuur voortdurend in haar door, of beter gezegd, het woont in haar. Wij hebben dit reeds gezegd. Als de ziel aan God daartoe de gelegenheid geeft, zal God haar onmiddellijk doen schitteren en omvormen in God. Dit doet de ziel als zij zich ontdoet van elke vlek of smet van het schepsel, dit wil zeggen als zij haar wil volmaakt verenigd houdt met God. God beminnen is immers trachten zich omwille van God te beroven en te ontdoen van alles wat niet God is. God deelt haar zijn bovennatuurlijk wezen zo mee, dat zij zelf God schijnt en bezit wat God Zelf bezit.

Z. Teresia-Maria van het Kruis, 23 april vrije gedachtenis

Z. Teresia-Maria van het Kruis
Religieuze van de Derde Orde van de Karmel
1846-1910

Teresia-Maria werd geboren op 2 maart 1846 in de parochie van Sint-Martinus in Campi Bisenzio in het aartsbisdom Firenze. De smaak voor het gebed en de eis om de liefde van Christus te beantwoorden, waren voor de jonge Teresia-Maria één enkele zaak.

Nog geen 20 jaar oud nam ze het initiatief om enkele leeftijdgenoten rond zich te verzamelen in een gemeenschappelijk leven met als doel bijstand en hulp te bieden aan arme en verwaarloosde kinderen. Niettegenstaande moeilijkheden en lijden werd dit werk bevestigd en volgens de karmelspiritualiteit beleefd.

Haar instituut werd als reguliere Derde Orde bij de Teresiaanse Karmel aangesloten en in 1904 als instituut van Pauselijk Recht goedgekeurd door Paus Pius X. De bron van Teresia-Maria’s kracht en vreugde was de Eucharistische Aanbidding en een vurige godsvrucht tot Maria. Haar leven was getekend door het lijden, terwijl ze door haar inzet het lijden van anderen hielp christelijk te beleven. Ze stierf, omringd door haar geestelijke dochters, op 23 april 1910.

God,
Gij hebt de zalige maagd Teresia-Maria
door haar vurige verering voor de Eucharistie
gesterkt op weg van het Kruis
en haar vervuld met een moederlijke liefde
jegens de kleinen en de armen.
Wij vragen U:
verleen ons op haar voorspraak,
dat ook wij,
gesterkt door het brood der engelen,
ons verheugen deel te hebben
aan het lijden van Christus
en door werken van liefde meewerken
aan het komen van Uw Rijk.
Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de Heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.

H. Teresa-Benedicta van het Kruis (Edith Stein) (1891-1942), karmelietes, martelares, en co-patrones van Europa

H. Teresa-Benedicta van het Kruis

 Poëzie “Heilige Nacht”

“Opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben”

Mijn Heer en mijn God,
U hebt mij geleid langs een donkere weg,
vol met stenen en moeilijk begaanbaar.
Mijn krachten lijken me vaak te willen verlaten,
ik verwachtte bijna niet meer
dat ik op een dag het licht zou zien.
Mijn hart was doordrongen van een diep lijden
toen de helderheid van een ster mij de ogen op deed heffen.
Trouw leidde ze mij en ik volgde haar,
eerst met een voorzichtige stap, later zekerder.
Ik kwam uiteindelijk voor de deur van de Kerk.
Ze opende zich.
Ik vroeg of ik binnen mocht komen.
Uw zegen ontvangt mij via de mond van de priester.
Aan de binnenkant volgen de sterren zich op,
de sterren van rode bloemen die me de weg naar U wijzen…
En uw goedheid staat toe dat ze me de weg naar U verlichten.
Het mysterie dat ik in het diepst van mijn hart moest bewaren,
kan ik voortaan met luide stem verkondigen:
Ik geloof, ik getuig van mijn geloof!
De priester leidt me naar de trappen van het altaar,
ik buig mijn hoofd,
het heilige water stroomt over mijn hoofd.

Heer, is het mogelijk dat iemand herboren wordt
als hij de helft van zijn leven er al op heeft zitten? (Joh 3,4)
U hebt het gezegd, voor mij is het een werkelijkheid geworden.
Het gewicht van de fouten en de moeite
van mijn lange leven heeft me verlaten.
Staande ontving ik de witte mantel over mijn schouders,
symbool van zuiverheid!
Mijn hart is voortaan de voederbak geworden
die wacht op uw aanwezigheid.
Voor even!
Maria, uw moeder, die ook de mijne is, heeft me haar naam gegeven.
Om middernacht legt ze haar pasgeboren kind in mijn hart.
Ach! Geen enkel menselijk hart kan het bevatten
wat U bereidt voor hen die U liefhebben (1Kor 2,9).
U bent voortaan van mij en ik zal U nooit meer verlaten.
Waar de weg van mijn leven ook heen moge gaan, U bent bij mij.
Niets kan me van uw liefde scheiden (Rm 8,39) 

Johannes Paulus II

“Wees niet bang. Open, open de deuren wijd voor Christus.”

1 mei 2011

Johannes Paulus II, drager van het Bruine Scapulier van de Karmel, Zalig verklaard!

Karol Wojtyla, hier als jonge fabrieksarbeider met het Bruine Scapulier.

Toen Paus Johannes Paulus II was neergeschoten en hierop volgend geopereerd in 1981, vroeg hij zijn doctoren het Scapulier wat hij droeg niet te verwijderen tijdens de operatie. Het Scapulier is één van de twee meest aanbevolen devoties van de Kerk. (Inside the Vatican, 10 juli 2001)

Paus Johannes Paulus II was zeer verbonden met de Teresiaanse spiritualiteit en in het bijzonder met de Heilige Johannes van het Kruis. Hij schreef een apostolische brief, op 14 december 1990, aan de generaal-overste van de Ongeschoeide Karmelieten, Pater Felipe Sainz De Baranda, ter gelegenheid van de feestdag van de Heilige Johannes van het Kruis op 14 december.

Johannes Paulus II was een groot bewonderaar van de Heilige, die hij in de brief aanduidt als ‘meester van het geloof’. In 1948 behaalde hij zijn doctoraat in de theologie in Rome met een thesis over diens werken. Hij beschrijft hoe Johannes van het Kruis reeds vanaf de eerste jaren van zijn priesteropleiding een geestelijk leidsman voor hem was, en hoe een contemplatief leven zoals Johannes dat voorleefde en de geschriften die hij naliet uitnodigen en inspireren tot waarlijk christen-zijn.

Lees meer over het heilig scapulier op Geschiedenis
Of klik hier Uitzending om de hele Zalig verklaring op het St. Pietersplein nog eens terug te zien.

Z. Johannes Paulus II;  ‘Herinner je mij nog?’. Powerpoint klik hier JPII

Z. Maria van de Menswording, 18 april vrije gedachtenis

Z. Maria van de Menswording
Religieuze van onze Orde
1566-1618

Maria van de Menswording werd in 1566 te Parijs geboren. Op haar zestiende levensjaar huwde zij met Pierre Acarie. Zij werd moeder van zeven kinderen. Te midden van haar huiselijke bezigheden en harde levensomstandigheden wist zij een intens mystiek leven te bereiken. Innerlijk bewogen door de geschriften en de geestelijke ingevingen van de Heilige Teresa, zette zij zich geheel in voor de vestiging van de eerste uit Spanje komende karmelietessen in Frankrijk.

Na het overlijden van haar man vroeg zij om als lekezuster opgenomen te worden in de Karmelorde. In 1615 deed zij professie in de Karmel van Amiens. Door zeer vooraanstaande mannen van haar tijd, onder wie de Heilige Franciscus van Sales, werd zij hoog gewaardeerd.

Zij blonk uit door haar geest van gebed en haar ijver voor de verbreiding van het katholieke geloof. In haar gemeenschap verrichtte zij de meest eenvoudige werkzaamheden. Zij stierf te Pontoise op 18 april 1618.

God,
bij de vele tegenslagen
die zij tijdens haar hele leven te verduren had,
heb Gij de zalige Maria
toegerust met een bewonderenswaardige sterkte.
Verleen aan Uw dienaren de genade
elke last met moed te doorleven
en tot het uiterste te volharden
in trouw aan Uw liefde.
Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de Heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Z. Baptista Spagnoli, vrije gedachtenis

baptistspagnoliofmantuaZ. Baptista Spagnoli, priester van onze Orde, vrije gedachtenis.

Baptista Spagnoli werd geboren te Mantua, Italie, op 17 april 1447. Heel jong nog trad hij in bij de karmelieten van de Congregatie van Mantua. Zijn plechtige geloften sprak hij uit in het jaar 1464. Hij droeg meerdere verantwoordelijkheden in verschillende kloosters. Nadat hij zes jaar vicaris-generaal van zijn congregatie was, werd hij in 1513 verkozen tot generale overste van heel de Orde. In deze functie ijverde hij voor de hervorming van de karmelprovincie van Mantua. Hij blonk uit in deugden en gedreven door een grote liefde voor de Kerk, heeft hij zich helemaal voor haar vernieuwing ingezet. Dit laatste deed hij o.a. als deelnemer van het Vijfde Concilie van Lateranen in 1512. Hij wordt voor een van de uitmuntendste dichters van zijn tijd gehouden. Hij stierf te Mantua op 20 maart 1516.

God,
Gij hebt de zalige Baptista begiftigd
met een intense liefde voor de Maagd Maria
en met een uitzonderlijke trouw
in het bewaren en verkondigen van uw woord.
Verleen ons op zijn voorspraak
dat wij op onze beurt zoals Maria
uw woord zonder ophouden mogen overwegen
en U, met haar,
door onze levenswijze mogen verheerljken.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de Heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Z. Baptista Spagnoli, 17 april vrije gedachtenis

Z. Baptista Spagnoli
Priester van onze Orde
1447-1516

Baptista Spagnoli werd geboren te Mantua, Italie op 17 april 1447. Heel jong nog trad hij in bij de karmelieten van de Congregatie van Mantua. Zijn plechtige geloften sprak hij uit in het jaar 1464.

Hij droeg meerdere verantwoordelijkheden in verschillende kloosters. Nadat hij zes jaar vicaris-generaal van zijn congregatie was, werd hij in 1513 verkozen tot generale overste van heel de Orde. In deze functie ijverde hij voor de hervorming van de karmelprovincie van Mantua.

Hij blonk uit in deugden en, gedreven door een grote liefde voor de Kerk, heeft hij zich helemaal voor haar vernieuwing ingezet. Dit laatste deed hij o.a. als deelnemer van het Vijfde Concilie van Lateranen in 1512. Hij wordt voor een van de uitmuntendste dichters van zijn tijd gehouden. Hij stierf te Mantua op 20 maart 1516.

God,
Gij hebt de zalige Baptista begiftigd
met een intense liefde voor de Maagd Maria
en met een uitzonderlijke trouw
in het bewaren en verkondigen van Uw woord.
Verleen ons op zijn voorspraak
dat wij op onze beurt zoals Maria
Uw woord zonder ophouden mogen overwegen
en U, met haar,
door onze levenswijze mogen verheerlijken.
Door onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de Heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.

H. Johannes van het Kruis (1542-1591), karmeliet en Kerkleraar

JohannesDe Bestijging van de Berg Karmel boek 2, H. 22

“Nooit heeft iemand zo gesproken als die man”

God zou ons wel eens kunnen zeggen: “Ik heb u toch reeds alles gezegd in mijn Woord dat mijn Zoon is, en Ik heb geen ander. Waarmee kan Ik u beter antwoorden of u meer openbaren, Hij is alles wat Ik te zeggen heb en alles wat Ik te antwoorden heb en al kan laten zien en openbaren. …Ik heb Hem u tot broeder gegeven, tot gezel en meester, tot prijs en beloning… Dit is mijn geliefde Zoon, in Wie Ik mijn behagen heb gestel, luister naar Hem” (Mt 17,5)…

Als u graag zou willen dat Ik u antwoordde met een woord van troost zie dan naar mijn Zoon die aan Mij onderworpen is en door. mijn liefde gebracht werd tot onderwerping en tot lijden, en u zult zien wat Hij u antwoordt. Als u zou willen dat Ik u een verklaring geef van bepaalde duistere zaken of voorvallen, vestig dan slechts uw ogen op Hem, en u zult zeer verborgen geheimenissen vinden, en wijsheid en wonderen van God die in Hem besloten zijn, zoals mijn Apostel zei: “In Wie – in Gods Zoon – alle schatten verborgen zijn van wijsheid en kennis van God” (Kol. 2 : 3). Die schatten van wijsheid zullen voor u veel verhevener en smaakvoller en van meer voordeel zijn dan de dingen die u graag zou weten. Hierover roemde dezelfde Apostel toen hij zei, dat Hij nooit te kennen had gegeven iets anders te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd” (1 Kor. 2 : 2). En als u toch nog andere visioenen en openbaringen van God in lichamelijke gestalte zou wensen, zie dan naar Hem ook in zijn mensgeworden gestalte, en u zult daarin méér vinden dan u vermoedt; want nog zegt de Apostel: “In Christus woont de gehele volheid der Godheid lichamelijk” (Col 2,9).

Het past dus niet, God op zulke wijze te ondervragen. Hij hoeft trouwens niets meer te zeggen, omdat er niet méér geloofswerkelijkheid te openbaren valt: nu niet en nooit meer.

Z. Nonius Alvares Pereira, vrije gedachtenis

nonius1

Z. Nonius Alvares Pereira, religieus van onze Orde, vrije gedachtenis.

Nonius Alvares Pereira werd geboren in 1360 te Lisabon. Hij huwde op zestienjarige leeftijd. Gedurende vele jaren was hij commandant in het Portugese leger. Hier reeds viel hij op door zijn dienstbaarheid en gestrenge levenswandel. Na het overlijden van zijn vrouw werd hij op tweeenzestigjarige leeftijd lekebroeder in het karmelklooster van zijn geboortestad. Dit klooster had hij zelf voordien gesticht. Hij noemde zich voortaan Nonius van de Heilige Maria. In het klooster nam hij de bescheidenste werken op zich. Hij stierf in 1431.

God,
Nonius
Gij hebt de zalige Nonius geroepen
de dienst in het aardse leger te verlaten
om Christus te volgen
in de Orde van de Maagd Maria.
Op Haar voorspraak vragen wij U de kracht
om onszelf te verloochenen
en ons met heel ons hart aan U alleen te hechten.
Door Onze Heer Jezus Christus, Uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de Heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
Amen.

  • Welkom

    (klik foto)

  • Index Heiligen – volg. geboorte jaar

    Heiligen t/m1600:

    Elia
    Jeanne van Toulouse
    Johannes Soreth
    Teresa van Jezus
    Johannes van het Kruis
    Anna van St. Bartholomeus
    Maria Magdalena de Pazzi

    Heiligen t/m1850

    Maria Margareta van de Engelen
    Maria van de Engelen
    Karmelietessen van Compiègne
    Rafaël van de Heilige Joseph

    Heiligen t/m1900

    Thérèse van het Kind Jezus
    Maria Pilar, Teresia en Maria Angeles
    Elisabeth van de Drieeenheid
    Titus Brandsma
    Teresia Benedicta van het Kruis
    Maria Maravillas van Jezus

    Heiligen vanaf 1900

    Teresa de Jesús

  • Afbeeldingen (klik foto)

  • “Breng mij Heer naar het dal van de Kerit”

    (klik foto)

  • Tot het hart

    Voor ons is God niet simpelweg het Woord. In de Sacramenten geeft Hij zichzelf persoonlijk aan ons, door middel van fysieke werkelijkheden. In de kern van onze relatie met God en onze levenswijze staat de Eucharistie. Dat oprecht vieren, en zo Christus persoonlijk ontmoeten, moet de kern van al onze dagen zijn.
    P. Benedictus XVI

  • Stuur een kaart

    Stuur een kaart

    klik foto

  • Tot het hart

    Jezus, ik dank U om mijn roeping. Zeg mij wat dit vraagt aan weder liefde. Leer mij in het hart van Uw Kerk als Maria te zijn: levend vanuit het gebed, beeld van Uw goedheid, dienend in, niet van de wereld. Geef al mijn broeders en zusters een blij geloof, fris als de Karmelhoogte en trouw in moeilijke uren. Maar ons één en geef dat wij U eens mogen zien van aangezicht tot aangezicht. Amen.

  • (klik foto)

  • Tot het hart

    We kunnen van ons hart een bidplaats maken waar we ons nu en dan terugtrekken om even met God samen te zijn, in stille vrede, zonder pretentie, en met een hart dat bemint.

  • Twitter Updates

  • Tot het hart

    „Het leven van een karmelietes is een communie met God van de morgen tot de avond en van de avond tot de morgen. Als onze cellen en panden niet vol waren van Hem, wat zouden ze leeg zijn. Maar we zien Hem door alles heen. We dragen Hem in ons. Ons leven is een vooruitbeleven van de hemel” (Br. 46).
    Z. Elisabeth van de Drie-eenheid

  • Getijdengebed


    (klik foto)

    gebruikersnaam: getijdengebed
    wachtwoord: brevier

  • april 2017
    Z M D W D V Z
    « Mrt    
     1
    2345678
    9101112131415
    16171819202122
    23242526272829
    30  
  • Rozenkrans


    (klik foto)

  • Tot het hart

    "Neem niets als waarheid aan wat geen liefde heeft. En neem ook niets aan als liefde wat geen waarheid bezit, het ene zonder het andere verandert in een leugen, een vernietigende leugen "
    H. Teresa Benedicta van het Kruis

  • Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

    Doe mee met 704 andere volgers

  • Follow Ordo Carmelitarum Discalceatorum Secularis on WordPress.com
  • Radio Maria


    (klik foto)

%d bloggers liken dit: