Geschiedenis

In de tweede helft van de twaalfde eeuw vestigden zich kluizenaars, vermoedelijk met de kruistochten en bedevaarten naar het Heilig Land overgekomen, in het Karmelgebergte. Daar bouwden zij zich in grotten een bidplaats, toegewijd aan de Maagd Maria. In de omgeving van de plaats, waar volgens de traditie Elia had verbleven, leidden ze in navolging van deze grote profeet een beschouwend leven.

Maria en Elia zullen op de Karmel een blijvend stempel drukken. Weldra beschouwen de ‘Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel’ Elia als hun vader. Al kan deze Eliaanse afstamming van de orde op historisch vlak niet langer gehandhaafd worden, toch blijft de profeet het prototype van de karmeliet. In het biddend omgaan met God, zoals hij dit mocht ervaren in het ‘suizen van een zachte bries’ (1 Kon. 19, 12), vond Elia de voeding voor zijn apostolische inzet. ‘Ik heb vurig geijverd voor Jahwe, de God van de legerscharen.’ (1Kon. 19, 10), kon hij bekennen.

Zelo Zelatus Sum Pro Domino Deo Exercituum

Deze bekentenis heeft de Karmel overgenomen. In deze beginperiode van de karmel geschiedenis wordt bijna uitsluitend het eremitisch-contemplatief aspect van de Eliaanse spiritualiteit beleefd. ‘Het Boek van de eerste Monniken’ naar alle waarschijnlijkheid in de 14e eeuw door een niet-karmeliet geschreven doch steeds als karmelitaans erfgoed beschouwd, spoort de lezer aan tot de ‘beoefening van de deugd’, die erin bestaat ‘God een heilig en zuiver hart aan te bieden dat vrij is van elke zonde’. Vervolgens wordt het ‘smaken en ervaren van de goddelijke tegenwoordigheid en de zoetheid van de hemelse glorie’ als een loutere gave van de Heer, benadrukt.

De groep kluizenaars op de Berg Karmel kregen tussen 1206 en 1214 een Regel van Albertus van Avogrado, patriarch van Jeruzalem. Al kort daarop trokken sommigen van hen vanwege de vijandelijkheden van de Saracenen terug naar Europa en stichten daar verschillende kloosters, in Italie, Engeland en Frankrijk. De ‘levensregel’, waarin eenzaamheid en gemeenschapsleven in evenwicht worden gehouden, wordt in 1226 door paus Honorius III bekrachtigd en werd na het eerste Algemene Kapittel in Aylesford in het jaar 1247 verzacht, hetgeen door Innocentius IV in 1248 werd bevestigd.
Tijdens het kapittel in Aylesford werd waarschijnlijk een zekere Godfried tot de eerste prior-generaal gekozen. Lange tijd dacht men dat dit Simon Stock was.

Simon Stock

De Karmelieten waren rond 1245 verdreven uit Israël en waren o.a. in Zuid Frankrijk terecht gekomen. Hun overste Simon Stock , geboren in Engeland, stond voor een onmogelijke opgave. Hij bad tot Maria en kreeg een verschijning op 16 juli 1251, waarbij zij hem beloofde dat ze de Karmelorde zou beschermen en helpen trouw te zijn aan haar roeping. Als teken van haar bescherming geeft ze het bruine scapulier. Het schouderkleed van de Karmel. Maria verscheen aan Simon Stock met de volgende woorden; “Mijn geliefde zoon, ontvang dit scapulier voor jouw Orde. Het is een voorrecht voor jou en alle Karmelieten en zal jullie beschermen in tijden van gevaar”. Dit was echt een grote gift en een grote belofte van de Moeder van God.

De verschijning van de maagd Maria aan Simon Stock in 1251 in Aylesford, Engeland, is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van het Christendom aldaar. Hij heeft zijn bijnaam Stock te danken aan het feit dat hij als jonge man een kluizenaarsbestaan leidde in een holle boom. Hij werd in 1237 karmeliet en in 1245 de 6e en bekendste ordegeneraal. Hij stichtte ordehuizen in de universiteitssteden Cambridge, Oxford, Parijs, Bologna. Hij hervormde de orde van een orde van kluizenaars tot een orde van bedelmonniken en schreef de hymne ‘Flos Carmeli’, ‘Bloem van de karmel’. Zijn relieken zijn in 1951 van Bordeaux overgebracht naar Aylesford. Paus Johannes XXII bevestigde het wonder van de verschijning, in de Kerk beter bekend als de ‘Bulla Sabatina’, op 23 maart 1322.

top

“Mijn geliefde zoon, ontvang dit scapulier voor jouw Orde. Het is een voorrecht voor jou en alle Karmelieten en zal jullie beschermen in tijden van gevaar”. 

De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van Maria, onze Moeder. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor Maria en aan haar gezegende bescherming. Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, «want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.»

Eens komt voor ons het uur van onze definitieve ontmoeting met de Heer. Dan zullen we meer dan ooit haar bescherming en bijstand nodig hebben. De devotie tot de Moeder van de Berg Karmel en tot haar heilig scapulier is een onderpand van hoop op de hemel, want de allerheiligste Maagd zet haar moederlijke bescherming voort tot over de dood heen. Dit voorrecht vervult ons van troost. «Maria leidt ons naar die eeuwige toekomst; zij doet ons ernaar verlangen en deze ontdekken; zij schenkt ons haar hoop, haar zekerheid, haar verlangen. Bemoedigd door zulk een stralende werkelijkheid, met onuitsprekelijke vreugde, verandert onze nederige en vermoeiende pelgrimstocht op aarde, verlicht door Maria, in een veilige weg -iter para tutum- naar het paradijs.» Daar zullen wij, met Gods genade, haar mogen zien.

In 1605 werd kardinaal De Medici tot paus gekozen; hij nam de naam van Leo XI aan. Toen men hem bekleedde met de pauselijke gewaden, wilde men hem een groot scapulier van de Berg Karmel afnemen, dat hij onder zijn kleding droeg. Toen sprak de paus tot hen die hem hielpen met kleden: «Laat mij Maria houden, opdat Maria mij niet in de steek laat». Ook wij willen haar niet in de steek laten, want wij hebben haar ten zeerste nodig. Daarom dragen wij altijd haar scapulier. En wij zeggen thans tot haar dat wij ons in haar armen leggen, wanneer ons laatste uur gekomen is. Zo dikwijls hebben wij haar gevraagd voor ons te bidden nu en in het uur van onze dood, dat zij dat niet zal vergeten!

Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: «Dat de Maagd van de Berg Karmel […] u altijd moge vergezellen. Moge zij de ster zijn die u leidt, die nooit uit uw horizon zal verdwijnen. Dat zij u tot God moge leiden, naar de veilige haven.» Aan haar hand zullen wij voor het aanschijn van haar Zoon treden. En als er in ons nog iets gezuiverd zou moeten worden, dan zal zij het moment bespoedigen waarop wij, geheel en al gereinigd, God kunnen zien.

Het scapulier is ook het teken van het bruidskleed, de goddelijke genade die de ziel altijd moet kleden.

In een toespraak tot jongeren in een parochie te Rome, gewijd aan Maria van de Berg Karmel, maakte paus Johannes Paulus II vertrouwelijk gewag van de bijzondere hulp en bijstand die hij had gekregen van zijn devotie tot de Maagd van de Berg Karmel. «Ik moet jullie zeggen -legde hij hun uit- dat zij mij heeft geholpen in mijn jeugdjaren, toen ik nog zo was als jullie nu. Ik zou niet kunnen zeggen in welke mate, maar ik denk in enorm grote mate. Zij heeft mij geholpen om de genade te vinden die bij mijn leeftijd hoorde, bij mijn roeping». En hij voegde eraan toe: de opdracht van de Maagd, die voorafgebeeld is en «zijn begin heeft op de Berg Karmel, in het Heilige Land, is verbonden aan een kleed. Dit kleed heet het heilig scapulier. Ik heb in mijn jeugdjaren veel aan dit scapulier van de Karmel te danken. Dat de moeder altijd bezorgd is, zich bekommert om de kleren van haar kinderen, dat ze er netjes opstaan, dat is iets moois». Maar als die kleren stuk gaan, «probeert de moeder de kleren van haar kinderen te herstellen». «De Maagd van de Karmel, de Moeder van het heilig scapulier, spreekt ons over deze moederlijke zorg, over haar bezorgdheid om ons te kleden. Ons te kleden in geestelijke zin. Ons te bekleden met de genade van God en ons te helpen dit kleed altijd smetteloos te houden». De paus maakte melding van het witte kleed dat de doopleerlingen uit de eerste eeuwen droegen, als symbool van de heiligmakende genade die zij bij het doopsel ontvingen. Daarna spoorde hij hen aan om de ziel altijd rein te houden en besloot: «Weest ook jullie bezorgd, in samenwerking met de goede Moeder die zich om jullie kleren bekommert, en heel bijzonder om het kleed van de genade, dat de ziel van haar zonen en dochters heiligt.» Dat kleed waarin wij ooit op het bruiloftsmaal zullen verschijnen.

Brief van Paus Pius XII
ter gelegenheid van het scapulierjubileum

Aan onze beminde Zonen Kilianus Lynch, Prior Generaal van de Orde der Broeders van O. L. Vrouw van de Berg Karmel, en Sylverius van de H. Theresia, Algemeen Overste der Ongeschoeide Broeders van de Allerzaligste Maagd Maria van de Berg Karmel, Paus Pius XII. Beminde Zonen, Heil en Apostolische zegen.
Ongetwijfeld is het iedereen bekend hoezeer de liefde tot de Allerzaligste Maagd en Moeder van God er toe bijdraagt om het katholiek geloof te verlevendigen en de zeden te verbeteren, vooral door die uitingen van godsvrucht, die meer dan andere de menselijke geest met hemelse wijsheid schijnen te verlichten en de zielen tot de beoefening van een christelijk leven aan te zetten.

Hieronder dient vooral gerekend te worden de godsvrucht tot het H. Scapulier van de Karmel, die juist door haar eenvoud, aan ‘t bevattingsvermogen van allen is aangepast en daardoor onder de christenen met een toename van heilzame vruchten wijd en zijd verspreid is. Daarom hebben wij dan ook met grote blijdschap vernomen dat de Karmelieten, zowel Geschoeide als Ongeschoeide, bij het zevende eeuwfeest van het ontstaan van dit Scapulier van O. L. Vrouw van de Berg Karmel, het besluit hebben genomen, om gezamenlijk met de grootste luister plechtige feesten in te richten ter ere van de H. Maagd Maria.

Gedreven door onze standvastige liefde jegens de goedertieren Moeder Gods, en omdat ook wij van kindsbeen af in de scapulierbroederschap zijn opgenomen, bevelen wij deze plannen van harte gaarne aan en roepen er een overvloed van goddelijke zegeningen over af.

Want het gaat hier niet om een zaak van gering belang, doch om het verwerven van het eeuwig leven, krachtens de ons overgeleverde belofte der Allerheiligste Maagd ; het gaat hier dus om de allervoornaamste aangelegenheid en over de manier om de goede uitslag daarvan te verzekeren.
Nu is het H. Scapulier, als het kleed van Maria, zeker een teken en onderpand van bescherming der Moeder Gods ; doch zij die dit kleed dragen, mogen niet menen, dat ze in geestelijke luiheid en zorgeloosheid het eeuwig heil zullen verwerven, daar de Apostel ons vermaant : « Bewerkt uw heil met vrezen en beven» (Phil., 2, 12).

Daarom moeten alle Karmelieten, die in de kloosters van de eerste en tweede Orde, in de reguliere en seculiere Derde Orde of in de scapulier-broederschappen door een bijzondere liefdeband verbonden, tot de éne familie van de Allerheiligste Moeder behoren, dit gedenkteken der H. Maagd aanzien als een spiegel van nederigheid en kuisheid. De eenvoudige vorm van dit kleed zij voor hen een kort begrip van bescheidenheid en eenvoud. Mogen zij bovenal in dit kleed, dat zij dag en nacht dragen, als in een sprekend symbool de gebeden uitgedrukt zien, waardoor zij Gods hulp afsmeken. Laten zij ten slotte daarin zien, een uitdrukking van die toewijding aan het Allerheiligste Hart der Onbevlekte Maagd, die Wij onlangs nog zo dringend hebben aanbevolen.

Zonder twijfel zal de goedertierenste Moeder niet nalaten te zorgen dat haar kinderen, die ter uitboeting hunner fouten in het vagevuur verblijven, door Haar voorspraak bij God, ten spoedigste — zoals is overgeleverd door het bekend zgn. Zaterdags Voorrecht — het eeuwige Vaderland bereiken.

Intussen, als teken van hemelse bescherming en bijstand en als onderpand van Onze bijzondere liefde, geven Wij U, geliefde Zonen, en de gehele Karmelorde, met de grootste welwillendheid in de Heer Onze Apostolische zegen.
Gegeven te Rome bij Sint Pieter, de elfde Februari, op het feest van de Verschijning van de Onbevlekte Maagd Maria, in het jaar 1950, het elfde van ons Pontificaat.

PIUS XII, Paus.

Link: Our Lady of Mount Carmel (Eng)

top

Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

  • Welkom

    (klik foto)

  • Index Heiligen – volg. geboorte jaar

    Heiligen t/m1600:

    Elia
    Jeanne van Toulouse
    Johannes Soreth
    Teresa van Jezus
    Johannes van het Kruis
    Anna van St. Bartholomeus
    Maria Magdalena de Pazzi

    Heiligen t/m1850

    Maria Margareta van de Engelen
    Maria van de Engelen
    Karmelietessen van Compiègne
    Rafaël van de Heilige Joseph

    Heiligen t/m1900

    Thérèse van het Kind Jezus
    Maria Pilar, Teresia en Maria Angeles
    Elisabeth van de Drieeenheid
    Titus Brandsma
    Teresia Benedicta van het Kruis
    Maria Maravillas van Jezus

    Heiligen vanaf 1900

    Teresa de Jesús

  • Afbeeldingen (klik foto)

  • “Breng mij Heer naar het dal van de Kerit”

    (klik foto)

  • Tot het hart

    Voor ons is God niet simpelweg het Woord. In de Sacramenten geeft Hij zichzelf persoonlijk aan ons, door middel van fysieke werkelijkheden. In de kern van onze relatie met God en onze levenswijze staat de Eucharistie. Dat oprecht vieren, en zo Christus persoonlijk ontmoeten, moet de kern van al onze dagen zijn.
    P. Benedictus XVI

  • Stuur een kaart

    Stuur een kaart

    klik foto

  • Tot het hart

    Jezus, ik dank U om mijn roeping. Zeg mij wat dit vraagt aan weder liefde. Leer mij in het hart van Uw Kerk als Maria te zijn: levend vanuit het gebed, beeld van Uw goedheid, dienend in, niet van de wereld. Geef al mijn broeders en zusters een blij geloof, fris als de Karmelhoogte en trouw in moeilijke uren. Maar ons één en geef dat wij U eens mogen zien van aangezicht tot aangezicht. Amen.

  • (klik foto)

  • Tot het hart

    We kunnen van ons hart een bidplaats maken waar we ons nu en dan terugtrekken om even met God samen te zijn, in stille vrede, zonder pretentie, en met een hart dat bemint.

  • Twitter Updates

  • Tot het hart

    „Het leven van een karmelietes is een communie met God van de morgen tot de avond en van de avond tot de morgen. Als onze cellen en panden niet vol waren van Hem, wat zouden ze leeg zijn. Maar we zien Hem door alles heen. We dragen Hem in ons. Ons leven is een vooruitbeleven van de hemel” (Br. 46).
    Z. Elisabeth van de Drie-eenheid

  • Getijdengebed


    (klik foto)

    gebruikersnaam: getijdengebed
    wachtwoord: brevier

  • december 2016
    Z M D W D V Z
    « Nov    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    25262728293031
  • Rozenkrans


    (klik foto)

  • Tot het hart

    "Neem niets als waarheid aan wat geen liefde heeft. En neem ook niets aan als liefde wat geen waarheid bezit, het ene zonder het andere verandert in een leugen, een vernietigende leugen "
    H. Teresa Benedicta van het Kruis

  • Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

    Doe mee met 697 andere volgers

  • Follow Ordo Carmelitarum Discalceatorum Secularis on WordPress.com
  • Radio Maria


    (klik foto)

%d bloggers op de volgende wijze: